Opera Koning Willem II

Synopsis van de opera

Eerste acte

Tilburg, een zaterdag in het voorjaar van 1848. Tilburgse fabrieksarbeiders zijn verzameld rond de koningslinde en jennen de schutters die het schuttersfeest voorbereiden. Een herbergier snoeit de linde; zijn twee dochters brengen bier rond onder een portret van Wellington. Een groep gelukszoekers brengt nieuws uit de grote wereld: de koning van Frankrijk is afgezet, de keizer van Oostenrijk heeft afstand gedaan ten gunste van zijn zoon, in heel Duitsland is het onrustig en ook in Nederland roeren zich liberale krachten tegen het conservatieve beleid. In de zwarte kranten verschijnen boosaardige stukken over de onbetrouwbaarheid van de Nederlandse regering en verwijzingen naar de mysterieuze juwelenroof in 1829. De komst van Carlus van Helleooghen, koerier van de koning, brengt nieuws over de jongste ontwikkelingen in Den Haag. Daardoor keert de rust op het plein terug.

In het huis van de Van Apeldoorns hoort Anna Paulowna het morrende volk. Ze raakt in paniek uit angst voor revolutie en gezichtsverlies in Europa. Nanette, haar vertrouwelinge, kalmeert haar. Zij laat de koningin haar Iconenbijbeltje kussen. Als Nanette even niet toekijkt opent Anna het bijbeltje en kust even de daarin verborgen ring.

Charlotte van Apeldoorn dient Carlus van Helleooghen aan. Deze vertrouwt de koningin toe, dat zowel Thorbecke als Zwijsen de koning zullen trachten te overreden een nieuwe grondwet-commissie in te stellen. Anna Paulowna dankt Van Helleooghen, blijft alleen achter en beraadt zich op haar plan om Willem II te dwingen die commissie in te stellen, opdat zij koningin kan blijven. Thorbecke is inmiddels in Tilburg aangekomen en besluit om pastoor Zwijsen (die titulair bisschop van Gerra was) en te vragen naar zijn mening over een nieuwe grondwet. De ontmoeting loopt uit op een samenwerking.
Hoorngeschal kondigt de komst van de koning aan. Willem II wordt ontvangen door Frederik van Apeldoorn en zijn zus Charlotte ontvangen; hij bekent aan Frederik, dat hij rust zoekt. Charlotte ontmoet intussen de koerier Carlus opnieuw; deze is op slag verliefd en spreekt haar aan. Charlotte echter houdt vooralsnog de boot af.

Anna Paulowna confronteert Willem II met de roddels, die ze het morrende volk heeft horen zingen. Ze brengt Willem II danig in verlegenheid door de juwelenroof ter sprake te brengen. Tijdens de ruzie die dan ontstaat wijst Willem Anna op haar plaats: “Wie is hier koning?” Anna Paulowna antwoordt gevat dat zij de koningin is, maar dat zij niet wil eindigen zoals Marie Antoinette, die stierf omdat, terwijl het volk schreeuwde om genoegdoening, de koning halsstarrig bleef. Zwijsen en Thorbecke komen op en belagen de koning, evenals Anna Paulowna. Willem II zegt slechts toe alle argumenten goed te overwegen. Daarop trekt hij zich terug. Anna Paulowna en Nanette verlaten het vertrek. Daarbij legt Nanette het bijbeltje gedachteloos op de schrijftafel bij de andere boeken, die van Frederik zijn. Zwijsen blijft achter met Frederik en probeert hem ervan te overtuigen, dat de jongeman priester moet worden en dan weldra bisschop zal zijn. Frederik echter bekent, dat zijn hart de roep om het celibaat niet hoort. Anna Paulowna keert terug en roept om Nanette. Carlus van Helleooghen neemt zijn kans waar, presenteert zich aan Anna Paulowna en beantwoordt haar vragen naar nieuws uit Den Haag en naar roddels die de ronde doen. Nanette komt binnen en mist het bijbeltje. Door de aanwezigheid van Carlus kan zij er Anna echter niet naar vragen. Verontrust zoekt zij onopvallend het vertrek af.

De fabrieksarbeiders hebben klachten over het werken op zondag en melden zich bij Willem II. Diens reactie is niet erg handig en door de domme opmerkingen van hun aanvoerder wordt de sfeer naargeestig. Anna Paulowna komt op en als een van de arbeiders haar bloemen wil overhandigen slaat zij vol afschuw de handen voor haar ogen. Als dan het toegestroomde volk ook Zwijsen en Thorbecke onder de gasten van de Apeldoorns ziet, dooft de laatste feestvreugde. Bedremmeld druipen ook de schutters af, iedereen maakt zich ernstig zorgen hoe dit af zal lopen.

Tweede acte

Zondagmorgen. De schutters trekken door het dorp en wekken de bewoners voor het eigenlijke schuttersfeest. Twee misdienaartjes buiten op straat zijn op weg naar de kerk. Charlotte klopt aan de deur van haar broers kamer. Frederik vertelt haar van de plannen van Zwijsen. Ze praten over hun kinderjaren en als Charlotte ondertussen met de Iconenbijbel speelt, vindt ze de ring en steekt die aan Frederiks vinger. Nanette komt Charlotte halen voor overleg met de koningin; Zwijsen vraagt om van Apeldoorn; Frederik pakt snel alle boeken; Nanette sluit de deur achter hem.

Anna Paulowna, alleen in haar kamer, zit te borduren. Ze heeft een onrustige nacht gehad met nachtmerries over Marie-Antoinette en Mary Stuart. Charlotte en Nanette komen binnen. Er is eerst overleg over het programma van de dag. Tussen neus en lippen door vraagt Anna of Nanette haar bijbeltje wil halen. Nanette gaat af en Charlotte is opeens buitengewoon zenuwachtig. Anna Paulowna meent een geheime liefde te bespeuren en gist, dat het Carlus van Helleooghen is. Geamuseerd belooft ze de onthutste Charlotte een handje te helpen. Charlotte gaat af en Nanette brengt opgelucht het bijbeltje, dat inmiddels door Frederik op de oorspronkelijke plaats teruggelegd was. Anna Paulowna opent het foedraal en ziet dat de ring is verdwenen. De paniek is compleet. Zwijsen komt op. Dadelijk moet hij voorgaan in de hoogmis. Hij ziet Anna Paulowna met haar bijbeltje. Anna vernoedt dat hij meer weet. Zwijsen denkt, dat Anna Paulowna hem tegen Thorbecke wil opzetten. Na een kort gesprek beloven ze elkaar om Willem II onder druk te zetten om het koningschap te redden en de vrijheid van godsdienst in de grondwet vast te leggen. Daarna gaat Zwijsen naar de kerk.

Thorbecke komt op. In een aanvankelijk venijnig gesprek tussen hem en Anna Paulowna realiseert de laatste zich, dat ook Thorbecke de ring niet blijkt te hebben. Ontredderd kleineert ze hem en gaat naar haar vertrekken voor haar eigen zondagsriten. Thorbecke negeert haar en belt voor Carlus van Helleooghen, geeft hem zijn opdrachten voor die dag en verlaat de ruimte. Charlotte komt op en de verliefdheid van deze twee wordt sterker en sterker.

Thorbecke is alleen. Een Grieks orthodox koor zingt de laatste gezangen van de dienst waar Anna Paulowna bij aanwezig is. Thorbecke vreest het gepeupel dat op straat naar het schuttersveld trekt. Zwijsen keert terug van de kerk. Willem II en Frederik komen op. Anna Paulowna keert terug uit haar privé-kapel. Zij drukt haar bijbel stevig aan de borst. Algehele ontreddering, maar iedereen houdt de schijn hoog. Allen, uitgezonderd Frederik, zetten Willem II met toespelingen onder druk. Charlotte nodigt iedereen uit voor de zondagse koffie, thee en chocolade.

Als Willem II en Frederik alleen zijn, laat de koning opnieuw merken dat hij genoeg van zijn functie heeft en in Tilburg wil blijven wonen. Van schrik valt Frederik voor Willem II op zijn knieën, vertelt hem het geheim van de ring en toont Willem II de palm van zijn hand. Willem II wankelt, grijpt de hand van Frederik, kust de ring en hoort ontzet dat de ring al die jaren in het bijbeltje van Anna Paulowna verstopt bleek te zijn. Hij bevrijdt Frederik van de ring, want hij kent het geheime slot. Frederik haalt de ring van zijn vinger en steekt hem aan de vinger van Willem II: een bevestiging van hun vriendschap.

Buiten klinken schoten. Anna Paulowna gilt, Willem II grinnikt, gaat haar geruststellen èn tevens de ring tonen. Thorbecke en Zwijsen komen gezamenlijk op. Ze zijn het erover eens dat de koning een beslissing moet nemen om het gepeupel gerust te stellen. Willem II verschijnt met Anna Paulowna. Opnieuw klinken schoten: er is een schutterskoning en die komt zijn opwachting maken. Thorbecke dringt aan op een proclamatie; Zwijsen valt hem bij. Willem II wijst op het vastleggen van de persoonljke vrijheid en geeft Frederik als voorbeeld. Zwijsen beseft, dat hij een priester verliest. Anna Paulowna dankt de koning, omdat Willem II het koningschap heeft gered; Willem II draait de ring aan zijn vinger om, toont de steen aan Anna Paulowna en zegt ijzig, dat in zijn handen het koningschap altijd veilig is geweest. Allen wanen zich winnaar.

Onder het balkon van het huis verzamelen zich de fabrieksarbeiders, de garnizoen-soldaten, het gepeupel en de schutters. Alle gasten verschijnen op het bordes. Willem II treedt naar voren, begroet alle groepen en de schutterskoning en kondigt aan dat er een nieuwe grondwet zal komen die aan de eisen van deze tijd voldoet. Als koning zal hij in Tilburg gaan wonen; de regering zit in Den Haag. Na deze proclamatie doet hij een stap terug, waarbij hij struikelt. Frederik vangt hem op. Apotheose Willem II.

Frans Schaars (bewerking Ad Mols)